De vorm van digi- bio- techno- ornament

Digitale productietechnieken, zoals 3D printen, zorgen ervoor dat ontwerpers zeer gecompliceerde vormen kunnen fabriceren. Als gevolg van deze vooruitgang proberen kunstenaars het uiterste eruit te halen. De resulterende flamboyante vormen lijken vaak meer op organen dan bouwbare architectuur. Ingewikkeld, gewoon omdat het kan? Of zit er meer achter deze uitbundigheid? Ik ging op onderzoek uit en interviewde Isaïe Bloch.

Bloch is een Belgische student die in Wenen de postgraduate studio Excessive II heeft gevolgt. Studenten leren er ontwerpen te maken die bestaansrecht hebben om hun esthetische kwaliteiten. Middels vormstudies onderzoeken ze mutaties en evolutionaire processen van uit de biologie geleende cel-structuren.

Isaïe Bloch - excessive II studio (1)

De opleiding in Wenen positioneert de studio als volgt:

“The Strategies of the „EXCESSIVE“ program is a 3-semester postgraduate course in architectural design. Working in a laboratory environment, students will develop knowledge by investigating and applying the possibilities of emerging theories, as well as testing new design territories such as scripting, biogenetics, genetic codification, new materials, and cellular systems. (…)
We are subverting the logic of perfection: what used to be about mastering the result of a non-perfect process is now about the production of monstrosity and the grotesque thought the mathematical perfection of an evolutionary mechanism.”

De studio is sterk op vorm georiënteerd, aldus Bloch: “Ondanks het duidelijke architecturale programma (een concertgebouw voor 1500 bezoekers), begint men in tegenstelling tot andere academies niet onmiddellijk na te denken over programmatische eisen, esthetiek, schaal of stedenbouwkunde impact. In plaats van architectuurboeken en tijdschriften uit te pluizen – en vaak te kopiëren – ga je op zoek naar potentiële architecturale vormen die niet noodzakelijk uit de bouwkunst komen. Dit biedt dan een zee aan mogelijkheden voor verdere uitwerking van je ontwerp.”

Het concept

Het concertgebouw dat hij ontwierp is zowel een monument als sculptuur. Gevangen in de tijd toont het de verschillende stadia van ontbinding van een gebouw. Tijdens de studio werd de studenten geleerd om te werken met ‘cellen’: kleine elementen die je kunt kneden, molesteren en accumuleren om je gebouw te vormen. Voor dit ontwerp koos hij ervoor om de andere kant op te werken door te ontmantelen, te substraheren en samen te smelten. Bloch legt zijn concept als volgt uit:

While the architectonic aesthetic may seem to revolve around a straightforward gimmick, this work is much richer than that. The more you look, the more you realize how many levels it operates on, from its allusions of architectural ruïnification/collapse as in the romantic era to its connections to our current culture of remixes and mash-ups. (…)
While this “fictional” concert hall is visually divorced from reality, it gives a sly commentary on the current state of architecture. After reading this agenda and stepping back into the build environment, it shocks how much the building in front of you, with its cheap-looking touches of faux masonry or abundant technical supplies, starts to evoke similarities with this so called “horrific, dystopian, retro past aesthetic” concert hall.

Rococo als overdadig ornament

Architectuur is net als andere vakgebieden onderhevig aan stromingen die opkomen, blinken en verzinken. Rond 1720 ontstond de stijl Rococo, vooral bekend om zijn uitbundige interieurdecoraties in Frankrijk en Duitsland. Het nieuwe digitale ornament vertoond een sterke gelijkenis met deze stroming. Zij is ook asymmetrisch, luchtig en frivool.

Rococo was een reactie op de strenge classicistische stijl. Dit nieuwe excessieve ornament is misschien wel een reactie op het radicale minimalisme van veel Japanse architecten. De tijd zal het leren. Het is opvallend dat Nederlandse architecten bijna niet vertegenwoordigd zijn; daar zijn we misschien te calvinistisch voor.

Dit theater is geen rücksichtsloze Rococo; Bloch slaagt er in zijn ontwerp een eigen stempel mee te geven. Het is dan ook op een breed scala aan thema’s geïnspireerd. “Zo herken je Scharoun’s Berliner Philharmonie in de geclusterde parterre van de concertzaal. Coop Himmelblau’s voorliefde voor spiralen die verdwijnen in zwevende bouwvolumes. Juliaan Lampens‘ betonnen desolaatheid. Ontmantelde scheepswrakken, stalen structuren uit de ruwbouw, productiefouten, momenten van onevenwicht, overdimensionering, de ontworpen ruïne zoals in het Romantisch tijdperk rond de 2de helft van de 18e eeuw, Albert Speer’s grootheidswaanzin, Etienne Louis Boullée’s overgeproportioneerde dimensionering en pochée, François de Nome (Monsu Desiderio) schilderij “Roi Asa de Juda détruisent les Idoles”, abstracte vormen van afbraak, overwoekering en excessieve ornamentiek.”

Menging van ambachten

Op de vraag welke computerprogramma’s hij heeft gebruikt om tot zijn ontwerp te komen antwoordt Bloch dat het niet zoveel uitmaakt, want “alle mogelijke ontwerpen kunnen via verschillende mediums gerealiseerd worden. Dit ontwerp is geen kind van één specifiek programma. Zodra je voor ogen hebt te gaan ontwerpen met slechts één tool heb je vele ontwerpmatige beperkingen. Je belandt dan snel in een erg voor de hand liggende oplossing, een bepaalde look en vaak een trend of hype.”

“Het is de bedoeling om uit te komen bij resultaten die niet meer laten vermoeden hoe je ertoe gekomen bent”, vervolgt hij, “een goed ontwerp vereist verschillende professionele skills en tools. Als je gedwongen wordt te kijken naar andere ambachten, dan pas zul je met iets unieks en waarschijnlijk nieuws komen. Multidisciplinair denken, crossovers maken tussen verschillende ambachten en technieken, zowel bij het ontwerpen als bij de uitvoering creëert boeiende en frisse resultaten.”

Geen lineair verhaal

De ontwerpen die in de Excessive studio worden gemaakt lijken parametrisch te zijn. Maar dat is niet het geval, of eigenlijk beter: “Elk ontwerp, al is het met pen en papier ontworpen is per definitie parametrisch.” aldus Bloch, “Elke stap die je zet binnen een ontwerpproces is onderhevig aan beslissingen die je gemaakt hebt over je probleemstelling. Het is dus onderhevig aan een reeks parameters waar je een oplossing voor aanreikt. Het creëren van complexe geometriën kan een gevolg zijn van computational logics maar is dat niet per definitie.”

Omdat hij niet gelooft in architectuur waarvan men op voorhand voorspelt dat deze zal evolueren, heeft hij momentopnames te gecreëerd van de onderzochte onderwerpen (decay, ruïnification en the unfinished). “Momentopnames die een mimiek zijn van de werkelijkheid en als het ware zelf ontworpen zijn. Ze hebben een louter visuele impact. Dit biedt de mogelijkheid om reële processen na te bootsen en te gebruiken als ornamentiek binnen het ontwerp.”

Vrijheid door techniek

Ik denk dat Isaie Bloch – en de Excessive II studio in het algemeen – enkele interessante noties geeft van wat architectuur zou kunnen zijn. Doordat de techniek en functionaliteit ons eeuwenlang ‘beperkten’ in het vrij uitleven van vorm zijn veel gebouwen orthogonaal, repetitief en goedkoop geconstrueerd.
Stel dat 3D printen een vlucht neemt, en het niet uitmaakt of je een muur recht of rond met allerlei franje print, dan kan dit excessieve ornament nog wel eens een vlucht nemen. Feit blijft dat het lastig schoon te houden is.

Maar daar verzinnen we ook wel wat op.

Alle beelden bij dit artikel zijn gemaakt door Isaïe Bloch. Je kunt deze en meer afbeeldingen vinden op zijn blog Eragatory.

Isaïe Bloch - excessive II studio (4)
Isaïe Bloch - excessive II studio (5)
Isaïe Bloch - excessive II studio (6)
Isaïe Bloch - excessive II studio (7)
Isaïe Bloch - excessive II studio (8)
Isaïe Bloch - excessive II studio (3)
Isaïe Bloch - excessive II studio (10)

Info

Dit artikel is op geschreven door in de categorie inspiratie.

het op Twitter
Deel op Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *