Ik blob dus ik ben

De blob vorm zou wel eens het begin van een nieuwe architectuurstijl kunnen inluiden. Dankzij de computer en het ontwerpen met digitale 3D modellen kunnen ingewikkelde vormen gemaakt worden.

Daarnaast zijn de mogelijkheden in de afgelopen eeuw enorm toegenomen wat productietechniek betreft. Elk element kan uniek uitgevoerd worden, zodat de architectuur alleen nog maar gebonden is aan de zwaartekracht en materiaaleigenschappen.

Deze nieuwe computer en productietechnieken geven een nieuwe impuls aan het organisch bouwen, een stroming die sinds 1925 binnen Nederland op beperkte schaal wordt toegepast. Het hoofdkantoor van de GasUnie van Alberts en Van Huut is hiervan het meest bekende voorbeeld. Het ‘organische’ aan deze architectuurstijl is in mijn ogen beperkt omdat deze tot uitdrukking wordt gebracht met het materiaal baksteen.

De architectuurtheoretici mogen beginnen met het bedenken van een naam voor de nieuwe stroming die nu dankzij digitale technieken ontstaat. Wat wordt het, neo-organisme, organisch modernisme of digitaal parametrisme?

Foto afkomstig van Truus op flickr.

Jong en virtueel

Op zaterdag 7 november was ik aanwezig op de BNA Jonge Architectendag in het NAi te Rotterdam. Het was een leerzame dag die in het thema stond van ‘het virtuele’. Ik deel hier wat ik deze dag geleerd heb.

Ton Venhoeven van VenhoevenCS gaf een interessante visie op ontwerpen, als voorbeeld liet hij een masterplan voor een nieuwe stad in Zuid Korea zien. In dat ontwerp is de infrastructuur gebaseerd op de loopafstanden voor voetgangers. Vanaf een willekeurige straat in die stad kun je lopend binnen een kwartier de rand van de stad bereiken.

Lees meer

Tentoonstelling van extremen

Een recensie van de tentoonstelling ‘Open City’ in het Nederlands Architectuur Instituut (NAi)

In een druilerig Rotterdam zoek ik als voetganger mijn weg door deze auto prefererende stad. Hemelsbreed niet zo ver, al lopend verder dan gedacht. De vele autowegen en kruispunten bezorgen Rotterdam geen prijs voor de meest voetgangersvriendelijke stad. Tien minuten later presenteert een architectenbureau in het NAi aan mij een oplossing voor dit probleem. Het is een kleine wereld.

Wijs me de weg

Het NAi is vernieuwd. Waar vroeger middels een loopbrug het door Jo Coenen ontworpen gebouw betreden werd mogen we het nu met een ponton doen. De toegangsdeuren zijn felgeel geschilderd zodat je het niet kunt missen. Doe de deur achter je dicht en wees welkom in de chaos die NAi heet.

Waarom men de toegang veranderd heeft weet ik niet – het is er in ieder geval niet beter op geworden. Vooral de routing (de manier waarop je door het gebouw loopt) is aan het begin een crime. Ik ben benieuwd wat Coenen van de veranderingen in de door hem zorgvuldig ontworpen looproutes vind.

De tentoonstelling

Open City is één van de hoofdtentoonstellingen van de vierde Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam die dit najaar wordt gehouden. Ik verwonder me wel eens over de organisatiedrang van Nederlanders. Hebben wij per hoofd van de bevolking het hoogste aantal architectuur festiviteiten?

Lees het artikel »

“Mag het een ons minder zijn?”

De Nederlandse architectenbureaus OMA en MVRDV kwamen dit najaar met een grid of ‘pixel’ gebaseerd ontwerp. De beide ontwerpen lijken erg op elkaar, maar de vraag wie nou wie inspireerde vind ik niet interessant. Ongetwijfeld was er één van de twee eerder en heeft de ander daar inspiratie uit opgedaan. Dat gebeurt het hele jaar door in de architectuur.

Ik ben wel benieuwd of meer bureaus deze trend gaan oppikken. Deze manier van ontwerpen is namelijk erg minimalistisch. Het zou in mijn ogen een logische reactie zijn op de huidige economische- en klimaatscrisis. Maak een gebouw simpel en eerlijk.

Waarom verzinnen veel mensen allerlei ingewikkelde vormen, veel opsmuk en overbodige elementen terwijl een eenvoudig gebouw ook prima voldoet? Meestal wordt het er niet mooier op, dus daar kan het niet aan liggen. Ik denk dat architecten, net als andere creatieve mensen moeilijk afstand kunnen doen van hun schepping.

“Perfection is achieved, not when there is nothing more to add, but when there is nothing left to take away.” – Antoine de Saint-Exupery

Weglaten is een kunst.

Ontwerp voor een bank in Oslo

MVRDV's ontwerp voor een bank in Oslo

Het stadskantoor in Rotterdam door OMA

Het stadskantoor in Rotterdam door OMA

Een eerder ontwerp van MVRDV

Waarom is software zo duur?

Ik verbaas me wel eens over de hoeveelheid geld die softwarefabrikanten durven vragen voor hun producten.

Als voorbeeld neem ik hier Autodesk Revit. Inclusief trainingen en abonnementen kost dat bouwkundige tekenprogramma ongeveer 8000 euro per werkplek. Stel je hebt een architectenbureau met 5 medewerkers, dan is dat een behoorlijke investering. Zeker als je bedenkt dat Revit niet het enige softwarepakket is wat aangeschaft moet worden.

De 8000 euro kunnen binnen een paar jaar terugverdiend worden, als je als architect je werk goed doet. Hoewel dat misschien prima haalbaar kan zijn, is dat niet de manier waarop we moeten redeneren. Je betaald ook niet teveel voor een auto omdat de investering binnen een aantal jaar terug te verdienen is.

Ik snap dat er dat het ontwikkelen van een softwarepakket een hoop tijd en geld kost, en ik gun het de fabrikant van harte om een goede boterham te verdienen. Toch denk ik dat de prijs voor sommige programma’s te hoog is. Ter vergelijking: Photoshop kost 1000 euro. Dat vind ik een goede prijs voor een programma waar je ontzettend veel mee kunt. Bouwkundige software als Revit wordt door veel minder mensen gebruikt, om de ontwikkelkosten eruit te halen zal de fabrikant de prijs hoger moeten maken.

Ik heb het idee dat Autodesk door een monopolie op de markt de prijs kunstmatig hoog weet te houden. Er zijn wel twee vergelijkbare programma’s op de markt, ArchiCad en AllPlan, maar in mijn opinie is Revit de best doorontwikkelde variant van deze drie. Jammer dat dat gepaard gaat met een zwaar prijskaartje.

Vind jij sommige programma’s ook te duur of zit ik er helemaal naast?