De kunst van László Moholy-Nagy

Eens in de zoveel jaar komt het voor dat gelijkgestemde kunstenaars elkaar opzoeken en zich groeperen; ze inspireren elkaar en vormen samen een nieuwe kunststroming. Niet zelden zijn deze stromingen ontstaan op scholen waar leraren de vrijheid kregen om het curriculum naar hun eigen hand te zetten. Archigram en de metabolisten zijn voorbeelden van zo’n beweging. Maar de meest invloedrijke broedplaats voor nieuwe kunst in de afgelopen eeuw was het Bauhaus in Weimar, Duitsland.

Het Bauhaus werd in 1919 opgericht door architect Walter Gropius. Vooraanstaande kunstenaars gaven er les en stimuleerden de leerlingen om te experimenteren met verschillende media. László Moholy-Nagy was één van de docenten en hij hield zich onder andere bezig met schilderen, fotografie en typografie.
Moholy-Nagy werd in 1895 geboren in Hongarije in een Joods-Hongaarse familie. Zijn achternaam is samengesteld uit Mohol: waar hij opgroeide, en Nagy: de achternaam van zijn oom die hem opvoedde. Voor hij aan een kunstacademie terechtkwam studeerde hij rechten en diende als soldaat in de eerste wereldoorlog. Na een kortstondige flirt met het communisme vertrok hij in 1920 naar Berlijn om zich daar als kunstenaar te vestigen.

Het leidmotief

De leidende thema’s – de handtekening – van Moholy-Nagy’s werk zijn licht en beweging. De schilderijen tonen vlakken en lijnen die samen een dynamiek en richting geven; met fotografie experimenteert hij met lichtsculpturen; in zijn fotocollages vertelt hij een moving story; bij  typografie is hij nog het meest terughoudend met ‘beweging’, omdat het dan onleesbaar zou worden. Toch gebruikt hij ook daar lijnen waardoor het een soort ‘beheerste dynamiek’ wordt.

Het werk waarin dit alles samenkomt is de installatie Licht-Raum-Modulator, waarvan je een replica kunt vinden in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Het object toon zowel kinetische kunst, de schoonheid van de techniek, als Moholy-Nagy’s onderzoek naar vorm, transparantie en beweging in zijn schilderijen. Hoewel in 1930 ontworpen, doet het je nog steeds versteld staan als je hem aanzet en de lichteffecten door de ruimte flitsen.

Moholy-Nagy was niet zonder reden op al deze manieren van kunst bedrijven betrokken.  Hij was ervan overtuigd dat “alle creatieve vlakken van het leven sterk met elkaar zijn verbonden”. Het bijzondere van zijn werk is de gelijktijdigheid. Hij was op velerlei wijzen in de kunstwereld actief en in elk kunstwerk herken je zijn handtekening. Fotografie, typografie, installaties, toneelontwerp, tekeningen, schilderijen en fotocollages lopen door elkaar heen. Lang voordat de term ‘media designer’ werd uitgevonden was Moholy-Nagy al in die hoedanigheid aan het werk.

De Nieuwe Typografie

Het Bauhaus bediende zich van de ‘Nieuwe Typografie’ zoals die door Jan Tschichold was ontwikkeld. Lettertypes moesten eenvoudiger vormen krijgen, ontdaan van alle ornament. Tschichold vat deze stijl als volgt samen: “Of the new type we demand precision, clarity and the omission of all that is superfluous. This brings us to the demand for a geometric structuring of form.” Ook Moholy-Nagy was een aanhanger van deze nieuwe typografische beweging; toen hij vanaf 1923 veel Bauhaus publicaties ging vormgeven deed hij dat in deze stijl.

De grafische vormgeving van boeken en tijdschriften van zijn hand is strak en minimalistisch. Vaak deelt hij de tekst op in orthogonale lijnen en vlakken. Zwart op wit met soms de steunkleur rood. De lijnen en cirkels zijn niet enkel een grafisch element, maar hebben ook een functioneel doel: de cirkel dient de aandacht te trekken terwijl de lijn de compositie versterkt. In zijn latere jaren in Berlijn experimenteert hij ook met foto’s en diagonale lijnen.

Fotografie

Het fotografische werk van Moholy-Nagy is meer een experiment dan kunst. Hij is geen professioneel fotograaf, maar probeert middels compositie een sterk beeld te creëren. Hij treed daarbij buiten de gebaande wegen door de hoek van de foto zo te kiezen dat de horizon afwezig is; sterke slagschaduwen waren not done in die tijd, maar hij gebruikt ze juist om patronen te creëren; evenmin gebruikelijke convergerende lijnen en extreme perspectieven komen in veel van zijn foto’s voor.
In zijn fotogrammen schildert hij met licht. Door in een donkere kamer objecten voor lichtgevoelig papier te houden creëert hij een suggestie van ruimte. Daarbij zorgt hij ervoor dat de objecten onherkenbaar zijn voor de kijker; het beeld wordt daardoor net zo abstract als zijn schilderijen. Bij veel fotogrammen weten we niet wat nu de boven- of onderkant is. Toen zijn werk in 1934 in Utrecht tentoongesteld werd, stuurde een krant een fotograaf naar de tentoonstelling. Volgens een brief die Moholy-Nagy aan zijn vrouw stuurt had die geen idee wat hij met de fotogrammen aan moest. Voor sommige mensen was zijn experimenteerkunst te abstract om te kunnen begrijpen.

Schilderijen

Tijdens zijn gehele carrière maakte Moholy-Nagy schilderijen. Dat was voor hem een manier om zijn ideeën over ruimte, licht, compositie en dynamiek te verbeelden. In zijn vroege periode werkt hij vooral met geometrische basisvormen als lijnen, cirkels, ruiten en rechthoeken. Maar ook daarin experimenteert hij en maakt bijvoorbeeld schilderijen door kleuren en posities door te bellen naar een drukker, die het schilderij vervolgens op afstand produceert. Hij schrijft hierover het volgende:

“In 1922 I ordered by telephone from a sign factory five paintings in porcelain enamel. I had the factory’s color chart before me and I sketched my paintings on graph paper. At the other end of the telephone the factory supervisor had the same kind of paper, divided into squares. He took down the dictated shapes in the correct position. One of the pictures was delivered in three different sizes, so that I could study the subtle differences in the color relations caused by the enlargement and reduction. True, these pictures do not have the quality of the “individual touch” (…) But my belief is that mathematically harmonious shapes, executed precisely, are filled with emotional quality, and that they represent the perfect balance between feeling and intellect.”

Moholy-Nagy was niet bang om nieuwe technieken uit te proberen. Zo schilderde hij bijvoorbeeld zijn werk op uiteenlopende materialen als plastic, perspex en celluloid. Waar hij in zijn vroege werk zeer abstracte, constructivistische schilderijen maakt, wordt hij vanaf de jaren ’30 een stuk vrijer in zijn vormgebruik; mogelijk heeft dat te maken met de resultaten die hij uit zijn fotogrammen behaalde. In 1946 schildert hij één van zijn laatste werken, getiteld ‘Nucleair II’. Voor het eerst zien we daarin een politieke lading in zijn werk opduiken. Een bol met daarin vormen die op een explosie kunnen duiden.

Het einde van het Bauhaus

Het Bauhaus werd in 1933 opgedoekt door het opkomende Nationaalsocialisme. Voor de in hun ogen recalcitrante kunstenaars was geen plek in Nazi-Duitsland. De leraren en leerlingen verspreidden zich over de hele wereld, en vooral naar de VS. Daar is nog een aantal jaar onderwijs is gegeven door Walter Gropius, Mies van der Rohe en László Moholy-Nagy. Het Bauhaus bestaat niet meer, maar de ideeën leven voort in architectuurstijlen als het modernisme en constructivisme.
Moholy-Nagy had het Bauhaus in 1928 al verlaten. Hij vertrok vanuit Duitsland door Amsterdam en Londen naar de VS. In de VS gaf hij nog een aantal jaar les tot hij in 1946 op 51-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van leukemie.

Meer informatie over de kunst van László Moholy-Nagy kun je vinden in het boek László Moholy-Nagy: Retrospective, uitgegeven door Prestel. Alle citaten in dit artikel zijn uit dat boek afkomstig.

De afbeeldingen van zijn werk komen van wikipaintings.org.

Info

Dit artikel is op geschreven door in de categorie kunst.

het op Twitter
Deel op Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *