Jeroen van Veen over de muziek
van Simeon ten Holt

jeroen van veenIn het kader van mijn afstudeerplan –een concertgebouw ontwerpen voor Simeon ten Holt– heb ik pianist Jeroen van Veen geïnterviewd. Samen met zijn partner Sandra is hij een specialist in Ten Holt’s muziek en heeft hij zijn werken al een groot aantal keer uitgevoerd.

Ik sprak met Jeroen van Veen over het leven en werk van Simeon ten Holt: hoe de structuur van zijn muziek in elkaar zit, wat de relatie tussen de muzikant en het publiek is en wat ingrediënten zouden kunnen zijn voor het ontwerp van een concertgebouw.

“Het leven en de muziek van Simeon ten Holt zat vol met rituelen, dat speelde een belangrijke rol voor hem. Het begon al als je in de auto naar hem onderweg was. Hij wilde dat je dan een kwartier van tevoren naar hem belde. Alles ging volgens een stipt draaiboek. Het was nooit saai en voorspelbaar, maar er zat wel altijd een schema achter. Hij leefde ook met een strak schema van vroeg opstaan, ontbijten, werken, eten, lezen en genieten. Het leek bijna een soort geloof.”

De muziek van Simeon ten Holt

“De muziek van Simeon ten Holt behoort tot de ‘minimal music’ en dat genre ontleent zijn bestaansrecht aan de musea. Het werd daar gespeeld bij openingen van tentoonstellingen en dergelijke. Het publiek wat naar deze minimalistische pianomuziek luisterde was dus niet het doorsnee concertpubliek, maar mensen die naar schilderijen gingen kijken. Het rituele aspect, het ‘deelnemen aan een proces’ is in de minimale muziek belangrijk; het grenst daarom heel nauw aan de jazz. Je maakt als het ware zelf het muziekstuk gaandeweg. Je hebt een aantal secties, en daarin zit een logische volgorde. Je kunt niet de ene sectie willekeurig aan de andere verbinden want het is lineaire muziek. Wel kun je zelf bepalen hoelang je een bepaald ritme volhoudt.

Je kunt de muziek van Simeon ten Holt voorstellen als een serie vlakken. De regel is dat in elk vlak een deur en een raam moet zitten, maar je mag zelf weten waar je ze plaatst. De vlakken mogen verschillend van lengte zijn. Je weet dat je naar binnen kunt gaan en naar buiten kunt kijken, ook al zit dat raam op een onmogelijke positie. Het mooie van deze vlakken is dat ze altijd een connectie hebben met het voorgaande en met dat wat nog gaat komen, zodat er samenhang ontstaat.

Wat er in dat vlak zelf gebeurt, is afhankelijk van het aantal spelers, het aantal en soort instrumenten en de akoestiek van de ruimte. Het is prachtig om te zien hoe die compositie tijdens een concert tot stand komt, en ook mooi om te zien dat het publiek dat ook heeft ontdekt. Voor een bezoeker is dit aantrekkelijke muziek omdat je weet dat je naar een verwachtingsvol stuk gaat. Hoewel je weet wat de ingrediënten zijn, weet je niet wanneer wat komt. Hoe het uit gaat pakken is een verassing, en dus een stuk spannender dan ‘gewone’ klassieke muziek.”

De kunst van het weglaten

“Daarnaast heeft Ten Holt ook nog meegegeven –laten we bij dat voorbeeld van de vlakken blijven– dat je de deur en het raam ook zo groot kunt maken dat er geen vlak meer overblijft. Je hebt dan een groot gat. Als je dat naar pianomuziek vertaalt: op dat moment raak je bijna geen toetsen aan.

De muziek van Ten Holt is maximaal genoteerd, maar je mag noten weglaten. Hierdoor is elke uitvoering anders en wiskundig gezien zijn er een oneindig aantal variaties mogelijk met zijn muziek. We hebben de Canto Ostinato inmiddels minstens 500 keer uitgevoerd, en altijd is het anders. Elke keer denk ik, hé, misschien kan het ook wel zo? Dat houdt het voor de muzikant ook een uitdaging. Het is geen klassiek stuk wat je alle dagen van de week hetzelfde uitvoert.

Bijna iedereen die dit stuk gaat spelen als amateur speelt alle noten; men kent die ‘weglaat-regel’ niet. De kunst van het weglaten is de moeilijkste die er is. De componist heeft gezegd: er is een vlak wat gevuld moet worden, hier heb je een pen, doe maar wat.”

Voetstappen in een donker steegje

“De structuur van de Canto is opgezet in vijf noten die onderverdeeld zijn in drie en twee. Dat is wat de twee pianisten die tegenover elkaar zitten precies spelen. De een speelt de schaduw van de ander. Dat gaat non-stop zo door. Het is belangrijk dat je dus beiden in precies hetzelfde ritme speelt. Dat is de essentie van de muziek van Ten Holt: altijd samen blijven spelen.

Psychologisch gezien is dat heel moeilijk. Stel je voor dat je ’s avonds laat in een donker steegje loopt, en je hoort voetstappen vlak achter je. Wat gebeurt er dan met je, onbewust? Je gaat sneller lopen. Ook al ben je stoer en denk ‘mij gebeurt niks’: als automatisme heb je een vluchtneiging. Als jij ‘tik tik’ achter je hoort in een ritme wat net iets sneller is, ga jij sneller lopen.

Dat is wat er ook gebeurt bij het spelen van de Canto. Als je oude opnames beluistert, kun je dit goed horen. Na 60 minuten is het tempo veel sneller geworden. Ze konden dat stuk toen nog niet zo goed spelen, omdat men vroeger niet gewend was om minimale muziek te spelen. Met vier muzikanten gaat dit proces extra snel, want je hoort de hele tijd drie voetstappen achter je, die allemaal achter jou aankomen. Maar die ander, die voelt dat dus ook. Voor hem of haar ben jij de schaduwpartij.

Als ensemble moet je dus op elkaar vertrouwen en precies in de pas blijven lopen. En dat twee, drie uur lang, terwijl je de hele tijd tegen elkaar in gaat; dat is ook fysiek een inspanning. Niet elke pianist is dus geschikt voor het uitvoeren van dit soort muziek. Sandra en ik spelen dit stuk al zolang samen dat we helemaal aan elkaar gewend zijn. We houden het tempo constant.”

sandra-en-jeroen-van-veen

Heb jij nog een voorkeur in hoe Ten Holt’s muziek uitgevoerd moet worden? Staccato of legato?

“Ik heb zelf een voorkeur voor lichte staccato. Dat heeft te maken met de vleugel als instrument, die is sinds 1900 kruissnarig. Daardoor krijgen de noten die je in het middengebied speelt een heel vol geluid. Op het moment dat je gebonden of ‘legato’ speelt, en je gebruikt je pedaal, dan slibt als het ware het hele geluid dicht. En op het moment dat je dat maal vier doet, neemt dat exponentieel toe. Je hoort dan niet meer wie wat speelt. Het mooiste is dat je het transparant en doorzichtig houdt door met veel staccato en weinig pedaalgebruik te spelen.”

Wat is de ideale publieksgrootte bij een uitvoering van de Canto of een ander muziekstuk van Simeon ten Holt?

“Als je uitgaat van een stuk voor vier piano’s speel je ongeveer voor 300 mensen, want dan heb je namelijk nog net het gevoel dat het intiem is. Ten Holt’s muziek heeft een bepaalde vorm van intimiteit. Als je dat in de grote zaal van De Doelen in Rotterdam uit zou voeren, is dat niet gepast. Het geluid verdwijnt in zo’n badkuip. Het concertgebouw in Amsterdam heeft bijvoorbeeld nog iets beslotens. Vredenburg in Utrecht had dat ook: een soort arena waarbij je het idee hebt dat je in een coconnetje zit. Het muziekgebouw in Eindhoven is eigenlijk ook al net te groot, en die heeft ongeveer dezelfde zaalvorm als De Doelen.”

Welke gebouwen waar jij in gespeeld hebt vind je bij uitstek geschikt om een werk van Simeon ten Holt uit te voeren?

“Eigenlijk altijd de gebouwen waar een natuurlijke goede akoestiek in zit. Dat zijn vaak wat oudere gebouwen. De grote kerk in Culemborg vond Simeon bijvoorbeeld heel goed. Een stenen, harde ondergrond werkt ook goed in combinatie met vleugels. Kunsthuis 13 in Arnhem is een kleine ruimte, voor 80 mensen ongeveer. Het klinkt daar mooi, omdat het helemaal van steen is.

Voor deze muziek is het het mooist als het publiek aan alle kanten kan zitten, en dus niet een klassieke opstelling met voorin het podium; met het publiek wat allemaal naar voren kijkt. Nog mooier zou een groot, langzaam draaiend plateau zijn zodat je het van alle kanten goed kunt bekijken. Mensen willen bij een concert er graag omheen lopen.

De interactie tussen de deelnemers onderling en met het publiek, dat is een belangrijk onderdeel van de muziek van Ten Holt. Naast horen is zien ook een manier om muziek waar te nemen. Als je als pianist merkt dat het publiek wat in de zaal zit onrustig begint te worden, ga je door naar het volgende stuk. Onderbewust heb je dan een dialoog met het publiek.”

Wat is de ideale concertzaal voor jou?

“Ik vind zelf hoogte altijd wel lekker. Als ik bijvoorbeeld denk aan Enschede, het lokale muziekcentrum aldaar heeft een mooie hoge zaal. Het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam ook. De beurs van Berlage, waar we ook wel spelen, is minder geschikt om akoestische redenen. Die zaal is eigenlijk ontworpen voor conferenties. Het geluid moeten we daar nog bij versterken. Een vleugel alleen kan het volume niet halen wat nodig is voor die zaal.”

Wat maakt de muziek van Simeon ten Holt uniek en anders t.o.v. andere minimal music?

“Dat is een interessante vraag. Bij veel minimal music wordt het gevoel uitgeschakeld. Het is afgevlakt en bijna mathematisch en steriel. Als uitvoerder vind ik het dan juist de uitdaging om dit ‘saaie’ te doorbreken. Bij Ten Holt is geen herhaling hetzelfde. Bij echte minimale muziek is elke herhaling exact hetzelfde.

Nog extremer in de vrijheid die de uitvoerenden hebben is het stuk ‘in C’ van Terry Riley. De hoge C die constant aangeslagen wordt, is de pulse die de boel bij elkaar houdt. Daarnaast heeft iedereen zijn of haar eigen motief en dat mag je zolang herhalen als je wilt. Als je doorgaat naar de volgende is de regel dat je naar je buurman luistert, want je mag niet meer dan twee stukken uit elkaar lopen. Als je dan een opname luistert valt het op hoe elke variant totaal verschillend is. Dat is de muziek van Simeon ten Holt dus niet.”

Canto Ostinato is het bekendste werk van Simeon ten Holt. Op het beeld hieronder zie je een aantal verschillende uitvoeringen, die aantonen hoe flexibel de muziek is. Het is gespeeld op piano’s, marimba’s, orgel, klokkenspel, een harp, met een VJ en er wordt op gedanst.

uitvoeringen-canto-ostinato

Welke andere vormen van performances kun jij je indenken?

“Als je naar het publiek van de klassieke muziek kijkt, dan is dat vooral 55+. Het publiek voor de muziek van Simeon ten Holt is dat niet. Daarbij moet ik trouwens nog het onderscheid maken tussen de Canto Ostinato en de rest van zijn werk, want er is een groot publiek wat alleen dat stuk luistert en een kleiner deel heel zijn oeuvre. Simeon zei zelf: “er is Simeon ten Holt, en er is de rest.” Ik zou het nog sterker willen zeggen: er is Canto Ostinato en er is de rest.

Van het Canto publiek is een groot deel jongeren. We hebben net vorige week een hip-hop uitvoering opgenomen. Het heet Poppin’ Canto;  ‘poppin’ is een bepaalde manier van bewegen. Het is robot/stroboscoop-achtig, maar ze imiteren ook insecten. Het is een combinatie van heel veel soorten dansen. Dan heb je dus muziek van de hoge en van de lage cultuur, jong en oud, van statisch zitten tot bewegen. Het brengt veel dingen bij elkaar. Het doorbreken van taboes, dat is iets wat mooi is aan het werk van Ten Holt.

De muziek werkt ook erg goed in openbare ruimtes, zoals bijvoorbeeld onze uitvoering op Utrecht Centraal. Je haalt daarmee eigenlijk de barrières, de deuren weg. Het zou mooi zijn als je een als concertzaal grote, open ruimte had waar je gewoon doorheen kunt lopen. De democratisering van de muziek.

Wij in het westen hebben de neiging om overal maar muren en deuren tussen te zetten. Ik ben onlangs in Bogota, Colombia geweest, en daar speelde ik in een museum, en dat had helemaal geen deuren. En daar hingen allemaal bekende schilderijen als Picasso’s en dergelijke. Het idee dat iedereen van de straat er binnen kan komen. Zo’n soort openheid spreekt mij aan.”

Welk soort publiek komt op de muziek van Simeon ten Holt af?

“Een heel verschillend publiek, traditiegetrouw was het een kunstenaarspubliek, schrijvers, ‘het Bergse publiek’. En ook mensen die een beetje op avontuur willen. Zo zijn wij bijvoorbeeld met de ligconcerten begonnen. Ik kwam daarop omdat als ik met mensen stond te praten na afloop van een concert dat vaak genoemd werd dat ze het liefst thuis op de bank gaan liggen en tot rust komen met deze muziek. Dus ik dacht, waarom doen we dat niet in een concertzaal? Vroeger lag ik zelf al onder de vleugel als mijn moeder aan het spelen was.”

Wat zorgt er voor dat het publiek bij de Canto actiever betrokken is dan bij een regulier klassiek stuk?

“Het publiek ziet wat er gebeurt, dat vinden mensen mooi. Ze zien de uitvoerenden communiceren. Op het moment dat er iets bijzonders gebeurt tussen de uitvoerenden onderling zien ze dat ook, en denken ze, ‘oh’ ze zijn zelf ook verrast.”

jeroen-van-veen-02

Kun je iets vertellen over de opbouw en structuur van Simeon ten Holt’s muziek? Zit er door de jaren heen een verschuiving in zijn oeuvre?

“Simeon ten Holt heeft ook sonologie gestudeerd in Utrecht, heeft atonale muziek gemaakt, en is vervolgens met de Canto tonale muziek gaan maken. Daarna heeft hij zijn andere werken gemaakt, eigenlijk allemaal in dezelfde stijl. Een minimale stijl, met akkoorden die goed in het gehoor liggen. Structuren die kloppen, en die door een groot publiek begrepen kunnen worden. Al zijn er ook stukken die wat ingewikkelder zijn, zoals de Incantatie.

Als je dan de lijn vanaf Canto pakt, heeft Simeon gespeeld met allerlei getallen, met ritmes. Elk stuk heeft zijn eigen opbouw.

noten2

Incantatie IV is zo’n uitgebreid stuk, dat heeft wel 15 lagen. Die kun je dus nooit allemaal tegelijk spelen. Je moet altijd kiezen omdat je met vier piano’s ‘maar’ 8 handen ter beschikking hebt. Het mooie aan de Incantatie is dat hij het hele stuk geschreven heeft, en dan aan het eind verschuift de linkerhand één noot op. En daarmee wordt alles anders. Het krijgt een hele andere dimensie.

We zeggen wel eens, als Ten Holt een computer had gehad, dan had hij nog veel meer kunnen schrijven. Schaduw noch Prooij bijvoorbeeld, bestaat maar uit één motief: 4-4-3 en de linkerhand verschuift daar één nootje in. De andere pianist, die de schaduwpartij speelt, doet precies het tegenovergestelde. Als hij een computer had gehad, had hij dat veel makkelijker kunnen kopiëren.

Het materiaal waar hij mee werkt is nooit vervreemdend. Het voelt lekker aan, mensen zeggen wel eens ‘het is alsof je in een warm bad stapt.’ Zo voelt het ook fysiek om deze muziek te spelen. Hij komt zelf natuurlijk uit de hele koude, atonale kant van de muziek, waarbij het er alleen maar om gaat dat de muziek wiskundig klopt. Vervolgens ging hij naar de geluidskunst, en toen terug naar de piano. En dan je handen laten gaan en gaan voelen. Hij was echt een gevoelsmens.”

Hoe zou je het werk van Simeon ten Holt kunnen uitbeelden?

“Veranderlijk, nooit hetzelfde. Het is net alsof je naar de zee kijkt. Elk golfje van de branding is anders. Het komt ergens vandaan, het heeft een oorzaak en een gevolg. Het is een proces, wat zich elke keer herhaalt. Veranderlijk, maar wel zichtbaar.”

jeroen-van-veen-03-ligconcert

Info

Dit artikel is op geschreven door in de categorie opinie.

het op Twitter
Deel op Facebook

Eén reactie op Jeroen van Veen over de muziek
van Simeon ten Holt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *