Tentoonstelling van extremen

Een recensie van de tentoonstelling ‘Open City’ in het Nederlands Architectuur Instituut (NAi)

In een druilerig Rotterdam zoek ik als voetganger mijn weg door deze auto prefererende stad. Hemelsbreed niet zo ver, al lopend verder dan gedacht. De vele autowegen en kruispunten bezorgen Rotterdam geen prijs voor de meest voetgangersvriendelijke stad. Tien minuten later presenteert een architectenbureau in het NAi aan mij een oplossing voor dit probleem. Het is een kleine wereld.

Wijs me de weg

Het NAi is vernieuwd. Waar vroeger middels een loopbrug het door Jo Coenen ontworpen gebouw betreden werd mogen we het nu met een ponton doen. De toegangsdeuren zijn felgeel geschilderd zodat je het niet kunt missen. Doe de deur achter je dicht en wees welkom in de chaos die NAi heet.

Waarom men de toegang veranderd heeft weet ik niet – het is er in ieder geval niet beter op geworden. Vooral de routing (de manier waarop je door het gebouw loopt) is aan het begin een crime. Ik ben benieuwd wat Coenen van de veranderingen in de door hem zorgvuldig ontworpen looproutes vind.

De tentoonstelling

Open City is één van de hoofdtentoonstellingen van de vierde Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam die dit najaar wordt gehouden. Ik verwonder me wel eens over de organisatiedrang van Nederlanders. Hebben wij per hoofd van de bevolking het hoogste aantal architectuur festiviteiten?


De zweverigheid lijkt nogal eens te regeren bij tentoonstellingen met een abstracte titel. Hoeveel associaties heb jij bij de woorden ‘open stad’? Open City is daar gelukkig een positieve uitzondering op. De curatoren hebben zes groepen aangewezen die elk een bepaald thema hebben onderzocht. Hierdoor heeft de tentoonstelling een duidelijke structuur. Wel is het verstandig om bij de balie even de programmagids door te lezen, voor de ‘helikopter view’. De zes hoofdstukken zijn:

  • Maakbaarheid. Architectonische oplossingen voor een aantal plekken in Rotterdam. Goed gelukt.
  • Refuge. Experimenten over het huisvesten van vluchtelingen. Kijk vooral even het XXL boek over Dubai in!
  • Reciprocity: Stedelijke ruilstrategieën in Jakarta. Veel te veel foto’s zonder dat het doel duidelijk wordt, wel mooie MDF sculpturen.
  • Community: the American way of living. Lekker Amerikaans, dus flink opschepperig. Niet zo interessant.
  • Squat. Over sloppenwijken. Ik krijg het idee dat sloppenwijken een vast terugkerend thema zijn op architectuur tentoonstellingen. Deze is niet geslaagd.
  • Collective: Architectuur en massaproductie. Uitmuntende tentoonstelling, zeker vergeleken met de rest.

De kwaliteit van de zes hoofdstukken wisselt sterk. De minst geslaagde zijn de tentoonstellingen over de sloppenwijken van Jakarta (Reciprocity) en Sao Paulo (Squat). Muren vol met foto’s zijn voor mij een visuele overload. Er komt zoveel informatie op je af dat je overal en nergens kunt kijken. Ik denk dat eenvoud beter is, de opstellers van deze gedeelten van de tentoonstelling blijkbaar niet. Ik was dan ook zeer blij toen ik in het door de Russen gemaakte ‘Collective: Architectuur en massaproductie’ kwam. We zien er een objectief beeld van de appartementenblokken uit het Sovjettijdperk. Massaproductie in haar ultieme vorm. Ook wordt er een film getoond met (propaganda?) beelden van de Russische arbeidersklasse, begeleid door opbeurende marsmuziek.

Hemelsbreed verschil

Het verschil tussen de eerder genoemde tentoonstellingen en deze is als water en vuur. Waar de anderen visueel druk zijn, kun je bij Collective op je gemak naar de foto’s kijken. Vijf panorama’s van mass housing op een kale betonnen wand. Luchtfoto’s van Rusland als vloerbedekking. Creatief ontworpen beveiligingshekken, samengevat in twee beelden.

Eenvoudig en duidelijk. Dat is wat een tentoonstelling zou moeten zijn. Ik ben niet de enige die overtuigd is van de onderzoekskwaliteiten van dit team. Het nieuwste nummer van het toonaangevende architectuurtijdschrift Volume heeft een aantal artikelen opgenomen die gerelateerd zijn aan deze tentoonstelling.

Als ik ’s avond thuis kom wacht er een verassing. Op de tentoonstelling heb ik de gratis krant ‘Microrayon living’ meegenomen. Erin vinden we allerlei feiten, artikelen en interviews over het leven in een Russisch appartementengebouw. Ik zou er zeker één meenemen als je de tentoonstelling bezoekt.

Conclusie

Toen ik de tentoonstelling Open City bezocht bekroop mij na de eerste paar zalen het angstige vermoeden dat dit wel eens een slechte tentoonstelling kon zijn. Gelukkig kwam ik daarna de echte parels tegen. Geniet van het goede en vergeet de rest.

De tentoonstelling Open City is tot en met 10 januari te bezoeken in het Nederlands Architectuur Instituut te Rotterdam.

Info

Dit artikel is op geschreven door in de categorie opinie.

het op Twitter
Deel op Facebook

2 reacties op “Tentoonstelling van extremen

  1. merel schreef op :

    door wie is deze recensie geschreven?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *