Staand aan het begin van mijn carrière als architect verwonder ik mij wel eens over de grote hoeveelheid kennis die een architect moet bezitten.
Neem bijvoorbeeld de toepassing van materiaal. Er zijn ontzettend veel verschillende materialen. Deze materialen zijn op hun beurt op veel verschillende manieren toe te passen en te monteren. Dat monteren moet goed gebeuren, een gebouw moet wind en water dicht zijn, een aangenaam binnen klimaat bieden, goede akoestische eigenschappen hebben, voldoende verlicht zijn, etc. Kortom, een architect heeft zeer veel factoren mee te nemen in zijn ontwerp. Goede materiaaltoepassing is al een kunst op zich.
Oefening baart kunst
Voordat je ergens echt goed in kunt zijn, moet je minimaal 10 000 uur geoefend hebben. Dat stelt Malcom Gladwell in zijn nieuwste boek, Outliers. In dat boek beschrijft hij met welke middelen mensen succesvol zijn geworden. Talent blijkt er weinig mee te maken te hebben, duizenden uren oefenen is veel belangrijker.
Een architect is een generalist. Dat is het tegenovergestelde van een specialist. Een specialist weet heel veel over één onderwerp, en een generalist weet van alles iets. Omdat architecten erg veel kennis moeten hebben over allerlei onderwerpen is hij of zij een aantal jaar bezig met het aanleren van die kennis. Daarna kan er pas begonnen worden met oefenen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat architecten pas op latere leeftijd succesvol worden. Ben je jonger dan 40, dan ben je een jonge architect.
Waar heb jij 10 000 uur in geoefend?