Toen ik afgelopen voorjaar in Brazilië was heb ik daar veel schone architectuur gezien. Ontwerpen van Oscar Niemeyer, Lina Bo Bardi en Lucio Costa. Maar wat op mij het meeste indruk maakte bezochten we op de laatste dag: de paradijselijke tuin ‘Sitio Roberto Burle Marx’, gelegen in de nabije omgeving van Rio de Janeiro.
Het is wel frappant; je studeert voor architect en bekijkt inspirerende gebouwen. En dan kom je tot de ontdekking dat hoezeer je ook je best doet als architect, je werk wordt overtroffen door het natuurschoon dat we in de wereld om ons heen aantreffen. Burle Marx treedt in zijn ontwerpen op als een soort curator van die natuur. Hij groepeert de planten en ordent bomen zodat de natuur het best tot haar recht komt.
Het is een tijd geleden dat ik zo’n goed boek over architectuur en stedenbouw heb gelezen. 

Een aantal jaar geleden, toen ik als secretaris van een studentenvereniging brieven schreef aan broederverenigingen, kreeg ik van een correspondent te horen dat mijn ideeën ‘megalomaan’ waren. Ongetwijfeld in antwoord op een studentikoze brief die we destijds als grap naar elkaar stuurden.