Peter Sloterdijk – Het heilig vuur

Een recensie van het in oktober 2008 verschenen boek over de strijd tussen jodendom, christendom en islam.

Peter Sloterdijk (1947) is een Duitse filosoof met een Duitse moeder en een Nederlandse vader. In zijn meest recente werk Het heilig vuur bespreekt hij de strijd tussen de drie monotheïstische wereldgodsdiensten: het jodendom, christendom en de islam. In het eerste hoofdstuk ‘de premissen’ kadert hij af wat hij wel en niet zal behandelen. Sloterdijk behandeld godsdienst vanuit een seculier wereldbeeld: ‘Ik hoef niet te benadrukken dat de nu volgende overweging uit het gezichtspunt van het geloof op veel plaatsen uiterst onrechtvaardig moeten lijken‘ en ‘Een hartstochtelijk hoofdschudden als commentaar van alle drie de partijen op onderstaande uiteenzettingen valt haast niet te vermijden.’

Arrogant

Sloterdijk gaat in hoofdstuk 2 boven God staan en is in mijn ogen lichtelijk arrogant in die houding. De mens is het referentiekader voor ons universum en positioneert zich als zodanig boven de plek die hem toegewezen is door zijn Schepper. Als Sloterdijk schrijft ‘dat uitgerekend een charismatische dweper als Jezus zijn ‘geliefde zoon’ zou zijn geweest, ja zelfs één wezen met hem, zoals de theologen in Nicea bepaalden, is theopsychologisch ondenkbaar’ dan weten we meteen wat hij bedoelde met het ‘hartstochtelijk hoofdschudden’. Als je de godsdienst niet serieus neemt, waarom dan een boek schrijven over de spanningen die kunnen optreden tussen de wereldgodsdiensten onderling?
In de volgende hoofdstukken valt die arrogante houding gelukkig mee, daar gaat hij meer in op de kern van de zaak. Sloterdijk definieert 15 manieren waarop de 3 monotheïstische wereldreligies conflict kunnen hebben. Hierbij moeten we denken aan religie tegen religie, twee religies tegen één en de strijd die tussen de verschillende stromingen van één religie kan plaatsvinden.

Schitterend verwoord

Af en toe kom je pareltjes van zinnen tegen. ‘Omdat de metafysische verschrikking onvermijdelijk in psychische en tenslotte ook in lichamelijke verschrikkingen wordt vertaald, heeft de genadeloze genadeleer van Augustinus ertoe bijgedragen dat de balans van de wreedheid voor de gekerstende wereld door het evangelie hoger uitviel in plaats van omlaag te gaan’. Volgens Sloterdijk is de christelijke religie er één die gebaseerd is op angst. Angst voor de hel, de verdoemenis. Vooral Augustinus dreigde ‘met een maximaal aan leed in het hiernamaals’. Het christendom wakkert het kwaad aan, en bied vervolgens de verlossing aan.

Sloterdijk komt met enkele interessante inzichten. Als men in Europa in de negentiende en twintigste eeuw afscheid neemt van het christendom, beleeft de christelijke zending een gouden eeuw van de verbreiding van het Woord op de andere continenten.

Taalgebruik

Als men dit boek leest is het verstandig het woordenboek bij de hand te houden. Zelden kwam ik een boek tegen met een zo grote dichtheid aan specialistische termen. Vooral het eerste hoofdstuk ‘de premissen’ spant in dit geval de kroon. Zinnen als ‘Ten slotte valt het ontstaan van een belangrijk deel van immanent vertaalbare transcendentie terug te voeren op de miskenning van de immuniteitsfuncties’ zijn eerder regel dan uitzondering en ik vraag me af of dit door de vertaler dan wel de auteur zelf zo bedoeld is. Het enige wat hiermee bereikt wordt is het boek onbereikbaar maken voor mensen die minder filosofisch onderbouwd zijn. Gelukkig is de rest van het boek met de kerninhoud goed te lezen.

Conclusie

Peter Sloterdijk roept meer vragen op dan hij beantwoordt, zoals we dat bij meer filosofen zien. Als je het boek gaat lezen met de insteek wijzer te worden over de geschiedenis van de drie wereldgodsdiensten en hun conflicten dan kom je bedrogen uit. Sloterdijk stelt de premissen en definieert waar het om gaat; het nadenken moet jezelf doen.
In het laatste hoofdstuk refereert de auteur veel naar Nietzsche. Net als die andere Duitse filosoof weet Sloterdijk niet boven het menselijke uit te stijgen. Ik wil deze recensie dan ook afsluiten met een citaat van Nietzsche: ‘menselijk, al te menselijk’.

Peter Sloterdijk; Het heilig vuur – over de strijd tussen jodendom, christendom en islam; Uitgeverij Boom; 160 pagina’s gebonden; 22,95 euro

Info

Dit artikel is op geschreven door in de categorie boeken.

het op Twitter
Deel op Facebook

4 reacties op “Peter Sloterdijk – Het heilig vuur

  1. Frederic Ghys schreef op :

    Slechts een korte bedenking,
    je sluit de recensie af met:
    Net als die andere Duitse filosoof weet Sloterdijk niet boven het menselijke uit te stijgen. Ik wil deze recensie dan ook afsluiten met een citaat van Nietzsche: ‘menselijk, al te menselijk’.

    Het lijk wel alsof je insinueert dat je dat verwacht van Sloterdijk, kun je dit toelichten?

    Met gezwinde groet,
    Frederic Ghys

  2. Ik wil hiermee aangeven dat Sloterdijk erg menselijk over religies denkt. Zelf ben ik christelijk, voor mij is het normaal om naar een religie te kijken als iets wat ons van God uit wordt aangereikt.

    Uiteraard kan een mens alleen maar als een mens denken. Ik heb het idee dat Sloterdijk in dit boek als God probeert te denken, en in die zin is hij ‘menselijk, al te menselijk’.

    Hier kun je tegenin brengen dat ‘al het denken over boven van beneden komt’ (oftewel: God is door de mens verzonnen). Daar ben ik het als gelovige niet mee eens, ik geloof dat de bijbel (of een ander goddelijk boek) wel degelijk door God aan ons gegeven is.

  3. Rabbit schreef op :

    Ah bon,
    dan kan ik daar weinig tegen in brengen.
    Waarmee ik bedoel dat de premisse ‘het idee God is ons door God aangegeven’ kan ik gewoonweg niet weerleggen, omdat het noch te falsifieren noch te verifieren is.

    Het lijkt me gewoon zeer onwaarschijnlijk….

    Misschien zou het wel een uitdaging zijn indien je Dawkins “The God Delusion” zou recenseren.

    Maar misschien toch even kort toevoegen, precies omdat we nooit zekerheid zullen hebben of god al dan niet bestaat, lijkt het me verstandiger, humaner, en ethischer om zijn bestaan uit te sluiten.

    Immers het enige wat we kennen en wat we kunnen doen is te werken, te denken, te leven, te voelen en ons in te zetten voor het gegevene.

    Dus indien we handelen met de premisse dat de belangen van de ander ook onze belangen zijn door de intrinsieke verbondenheid, zouden we dichter komen bij het christelijke idee ‘ik ben het licht de liefde en de waarheid’ waarom in godsnaam zouden we deze idee voorbehouden voor een god?

    Mij lijkt het een mooier idee dat vb mijn vrienden liefde zijn voor mij, en dat wij voor elkaar zo waarachtig, authentiek mogelijk met het licht van de liefde voor de waarheid die ons kan bevrijden een inspirerend voorbeeld te zijn.

    Het gevaar van een godsdienst is de steeds impliciete premisse dat de mens onmachtig en onbekwaam is om zijn bestaan autonoom in te vullen. Zelf al ga je uit van een god die zich niet bezig houdt met ons dagelijks bestaan, en die ons pas op het einde der tijd zal oordelen, oordelen zal hij en met deze gedachte in het achterhoofd, zal er een zekere mate van instrumentalisering van het goede plaats vinden.
    Terwijl een oprechte bekommernis vanuit een idee van ‘omdat ik het wil’ tot een meer authentiek beleving zal leiden….

    Ondertussen vergeet ik nog een paar perspecteiven, maar goe het idee is er wel….

    Met vriendelijke groeten,
    Rabbit

  4. Frank van Leersum schreef op :

    Volgens mij omschrijf je met “Het gevaar van een godsdienst is de steeds impliciete premisse dat de mens onmachtig en onbekwaam is om zijn bestaan autonoom in te vullen” precies waarom veel mensen weinig zin hebben om godsdienstig te worden. Dan moet je de macht uit handen geven, aan één of andere onbekende God.

    Overigens vond ik je opmerking over The God Delusion wel grappig, aangezien ik dit boek in het beginstadium van deze blog heb gerecenseerd. Je kunt het hier lezen: https://aureon.nl/boek/god-als-misvatting/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *