Recensie: Theaters en Concertgebouwen

DOM publishers geeft de laatste jaren een serie architectuurboeken uit, getiteld ‘Construction and Design Manual’. Eerder besprak ik uit deze serie al het boek ‘Architectural Renderings’, wat in mijn ogen een zeer compleet beeld geeft van de huidige stand van zaken van de rendertechniek en welke stijlen verschillende bureaus hanteren. In deze blog een recensie van de titel ‘Theatres and Concert Halls’.

Elk van de boeken uit die serie wordt door een andere auteur geschreven en samengesteld, wat betekent dat de kwaliteit ook wisselend is. In het hier besproken boek heeft de Duitse auteur Birgit Schmolke 32 theaters en concertgebouwen verzameld die min of meer na 2000 gebouwd of gerenoveerd zijn. Foto’s, een beschrijving, plattegronden en doorsneden van deze Europese projecten vormen de kerninhoud van dit 300 pagina tellende boek. Waarom nu een boek over concertgebouwen? De achterflap beantwoordt die vraag als volgt:

“Theatres and concert halls have experienced somehing of a renaissance in recent years. Every European city wants one, and every architect wants to design one of these flagships of urban culture.”

Wat is er goed aan dit boek?

De opgenomen projecten zijn goed gedocumenteerd. De getoonde foto’s en tekeningen zijn van hoge kwaliteit, waardoor je van elk project een goede indruk krijgt. De vormgeving is lekker rustig en zit daarmee de inhoud niet in de weg. Concertgebouwen en theaters die opgenomen zijn in dit boek zijn onder andere: het Luxor in Rotterdam, Calatrava’s concertgebouw in Santa Cruz, een openlucht paviljoen in het Oostenrijkse Grafenegg en het Agora theater van UN Studio in Lelystad.

Wat kan beter?

Doordat Schmolke ervoor gekozen heeft projecten na het jaar 2000 op te nemen is dit niet persé de beste selectie van concertgebouwen die er is. Dat zorgt er aan de ene kant voor dat je verrassende onbekende projecten tegenkomt – zoals het sfeervolle concertgebouw in de Poolse stad Szczecin. Ontworpen door de Spaanse architecten Estudio Barozzi Veiga, die de laatste tijd hard aan de weg timmeren.
Aan de andere kant zijn er in de tien jaar tijd die dit boek beslaat niet zo heel veel concert- en theatergebouwen ontworpen, dus staan ook er minder aansprekende voorbeelden in. De Festiviteitenhal in Salzburg is daar een voorbeeld van. Als je je tenen wilt krommen, kun je een kijkje nemen op de website van de betreffende architect.

Ook jammer is dat het geheel op tal van aspecten rammelt. Er zijn een tweetal essays in opgenomen die misschien in het originele Duits wel goed geschreven zijn, maar dat gaat door de slechte vertaling helaas verloren. Verder zijn de tekeningen van de projecten niet erg bruikbaar omdat ze zeer klein zijn en elke vorm van schaalaanduiding ontbreekt. Bij de projectbeschrijving van het conservatorium van de ArchitectenCie in Amsterdam zijn wel de juiste foto’s geplaatst, maar de plattegronden tonen de oude locatie van dit conservatorium. Hoe de redacteuren dit over het hoofd hebben gezien weet ik niet, want de twee lijken in de verste verte niet op elkaar.

Conclusie

Als je een overzicht nodig hebt van wat er de afgelopen tijd op cultureel gebied gebouwd is in Europa, dan is dit volume zeker een aanrader. Maar als je wilt leren hoe je een concertgebouw ontwerpt – iets wat de titel lijkt te suggereren – dan kun je de 58 euro die dit boek kost beter in je portemonnee laten zitten.

Ook laat dit boek me met de vraag achter hoeveel zin het in ons internettijdperk heeft om dit soort overzichtsbundels uit te geven. Je kunt ook de term ‘concert hall’ invoeren op een architectuurblog als ArchDaily en dan heb je gratis een zelfde soort overzicht. Maar dat heb je niet van mij gehoord.






Info

Dit artikel is op geschreven door in de categorie boeken.

het op Twitter
Deel op Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *